Relatief gezien hebben gorilla’s kleinere testikels dan mensen. De reden
hiervoor is, dat de balgrootte bij primaten omgekeerd evenredig is met de trouw
van onze wijfjes. We zijn kleiner en beter dan chimpansees en groter en slechter dan gorilla’s. Ondanks
onze rationaliteit, ons geloof in een hogere macht en ons systeem van regels en
wetten, zijn onze basale driften telkens sterker. We willen onze emoties
beheersen, maar dat kunnen we niet.Als we gelukkig zijn ergeren we ons niet. Zitten we, daarentegen, bij
bijvoorbeeld een potje poker, met slechte kaarten in onze hand, dan kunnen de
kleinste dingen ons irriteren. Maar wat verstaan we eigenlijk onder de term gelukkig zijn? Ik denk dat dat dit bij iedereen iets persoonlijks is. We hebben allemaal dromen, passies,
doelen waar we naar willen streven. Niemand is gelukkig met niks doen. We
willen onszelf, nuttig maken in de deze diverse menselijke samenleving. Ik merk dat ik, nu ik in deze rustige schoolperiode zit, me heel erg kan
irriteren aan het feit dat ik zoveel vrije tijd heb. Het is heel erg irritant
dat je soms niet weet wat je met je tijd
aanmoet, Het is net alsof je leven even
op pauze staat.
Dagen vallen zonder manen, duisternis valt zonder licht, een oase van schoonheid, wat een prachtig aangezicht,
ik dwaal af, loop mee in een lange stoet, waar gaan we heen, wat gaan we tegemoet, ik zou het niet weten, maar ik loop mee, op weg naar ons einde, op weg naar de zee.
Het is koud buiten. Ik trek m’n stevige zwarte jas aan en duik de natte middag in. Met een vlaag van continue regen en een vloer bedekt met bladeren, heeft de
herfst weer zijn intrede gedaan dit jaar.
Heerlijk.
Terwijl ik door de stad loop, zie ik mensen, ingepakt in
regenjassen, somber voor zich uit staren. Ik wist ondanks de somberheid die de buitenwereld me vandaag te bieden had,
toch een klein glimlachje tevoorschijn te toveren. Ik hou van regen, maar alleen als het me uitkomt. Als ik in een goede bui ben. En waarom zou ik niet in een goede bui zijn? Ik heb behalve een leerschema en een bijbaan weinig verplichtingen waar ik me
aan moet houden het komende half jaar. Daarna zal ik me bij de rest van de mensen voegen in die oneindig draaiende
cirkel, die ze de werksleur noemen.
Ik fietste. Het was een uur of vier 's nachts. Opeens realiseerde ik me, vlakbij de oude straat te zijn waar mijn oma, tot op
vier jaar geleden, woonde tot haar sterfdag. Ik was tot op die dag nooit meer in die straat geweest. Mijn ouders hadden het huis verkocht en er was een nieuw gezin in gaan wonen. Voordat ik het me besefte reed ik de straat in. Een golf van gedachten overspoelde me en voordat ik het wist, was ik de straat
alweer uit. Ik werd herinnerd aan het verleden. Maar het verleden was niet meer in de straat te vinden. Ik denk dat dit bij veel dingen is die we verliezen. Niet alleen bij personen, maar ook bij liefde. Als we er later op terugkijken heeft de tijd zijn werk gedaan en is er teveel
veranderd om terug te gaan.
Ik zat in een speedboot met een oude oorlogsveteraan en
terwijl we vaarden, vertelde hij in welke oorlogen hij had gevochten. Hij
noemde een slag om Utrecht in de oorlog tegen België, de oorlog in Indonesië en
hij zei dat hij had meegevochten in de loopgraven tijdens de tweede wereldoorlog. Terwijl hij zijn verhaal vertelde, kreeg ik drie foto’s te zien. Wat de foto’s
bevatten weet ik niet meer, maar wat ik wel weet, is dat de oude man op de foto’s er een een stuk jonger uitzag. Zijn haar was op de foto’s al lichtelijk grijs aan
het worden, maar bevatte in het midden van zijn scheiding nog enkele zwarte
plukken. De man in de speedboot had al veel minder haar en was al helemaal grijs.
Ook waren er op de foto’s veel minder rimpels te zien op het gezicht van de
oude man. Het was opeens duidelijk wat we aan het doen waren in de speedboot.
We zaten Sadam Hussein achterna. Het was een wilde achtervolging met veel
geschreeuw en hitsende golven die tegen de boot aan spatten. Ik kan me nog herinneren dat de zee waarin we vaarden op een blauwe massa vol met spitse
punten leek.
Opeens was de achtervolging overgegaan van zee naar lucht.
Wij zaten in een helikopter en Sadam in een andere gedekt door een tweede helikopter. Wat
me opviel, was dat Sadam geen enkele poging deed tot terugvechten. Het enige
wat hij deed was vluchten. Als een kip zonder kop met zijn staart tussen zijn
benen. Het was een wilde achtervolging en onze helikopter schoot gele lichtflitsen
die tevergeefs de helikopter van Sadam misten. Totdat er iets in de tweede helikopter werd gegooid, wat naar mijn zeggen een granaat moest
zijn. De helikopter ontplofte en net voordat de twee achter de bomen konden
verdwijnen, knalde hij tegen de helikopter van Sadam aan. Hierna werd meteen de
landing ingezet om te kijken naar de twee wrakken. Ik hoorde opeens de
oorlogsveteraan zeggen: “Arme Sadam hij was nog zo jong”. Na geland te zijn met de helikopter nam ik de omgeving in
me op. Het was een lichtelijk heuvelachtig landschap met fel, lichtgroen gras en
hoge, spitse bomen. Toen ik voorbij de bomen keek, zag ik de twee helikopterwrakken
liggen, waar opeens twee versufte mannen uitkropen. Ze stonden op en bleven
naar de wrakken kijken. Ik wilde iets tegen de veteraan schreeuwen die een eindje
van me af stond, maar opeens viel me iets op. Ik was hier eerder geweest.
Ik begon na te denken en opeens wist ik het. Een aantal
maanden geleden had ik een droom gehad over mijn vakantiegroep van vorig jaar.
Ik weet er niet veel meer van maar we moesten toen allemaal uit een vliegtuig
springen met een parachute en landen in datzelfde veld tot we opeens in een bepaalde huiskamer zaten, waar we met z’n allen gezellig
aan het kletsen waren onder het genot van een biertje. Er waren alleen
een aantal verschillen aan de groep. Zo was iedereen aanwezig plus nog twee anderen. Een
jongen die ongeveer 25 was en een beetje op Rob Geus leek en een onbekend
meisje die een beetje een mix was tussen Sanne en Charlotte. Ik weet nog dat in
die droom Rob geus niet zo aardig tegen me was en dat ik en mijn beste vriend Mario,
achter het meisje aanzaten welke, heel toevallig, Charlotte heette. Terwijl ik daar aan dacht plofte ik ineens op de bank, in dezelfde huiskamer, met
dezelfde mensen. Iedereen was gezellig met elkaar aan het praten. Mario zat
heel close met Charlotte en ik zat in gesprek met de Rob Geus lookalike. Ik
merkte dat hij deze keer erg aardig was en besloot hem te vergeven voor
zijn idiote gedrag van de vorige droom. In mijn ooghoek zag ik Mario en Charlotte opeens met elkaar zoenen, waarna ik en Mario elkaar een high five gaven*. Opeens stond ze op en vroeg of ik mee naar buiten ging. Een
beetje verrast stemde ik toe. Voordat we naar buiten liepen wou ik iets tegen
haar zeggen, maar het enige wat er uitkwam was een mauwgeluidje van een kat. Ze
glimlachte, tot mijn verbazing, en mauwde terug. Buiten gingen we een beetje tegen elkaar aan liggen op een stoepje. We hadden wat gepraat en toen ging ze met haar hoofd op mijjn buik liggen.
Opeens kwam er iemand langslopen. Het was Danny Pultoo. Hij
was nu alleen gekleed als een blanke leraar uit de jaren 50 en droeg een rood
vierkant brilletje, een groen overhemd met daaroverheen een geruiten golftrui.
Hij feliciteerde me met mijn verjaardag en vroeg waar het feest was. Ik wees
instinctief naar het huis waar we vandaan kwamen. Toen werd ik op m’n rug getikt
een achter me stond Nick van kollenburg. Hij glimlachte en had een mand bij zich
waar een cadeau in zou zitten. Opeens haalde hij allemaal vuurwerkpijltjes,
rotjes en vuurpijlen tevoorschijn en stak ze aan. Het zorgde voor een prachtig
vuurwerkballet, dat zich afspeelde in die sterrenloze hemel.
Witte bloesems vallen van de bomen,
zwevend op de zwoele zomerbries,
sierend vormen ze figuren,
bestemmingloos,
op zoek naar niets,
tussen al dit alles,
sta jij,
je glimlacht,
je ogen fonkelen,
ze zijn gericht op mij,
als ik in jou ogen kijk,
kan ik wel duizend redenen benoemen,
waarom ik je wel niet zou willen zoenen,
liefje, je maakt me elke dag weer blij,
je bent de enige voor mij.
Het gehele feit dat wij als mensheid beginnen als een minuscule spermacel. Een minuscule spermacel, die het gevecht van zijn leven geeft.
Het opneemt tegen miljarden anderen, en uiteindelijk, deze race tegen de klok wint.
Hij penetreert de eicel. Dat is zijn prijs.
Hij heeft de kans gekregen uit te groeien tot een individu.
Ik verwonder me af en toe nog steeds, hoe kleine dingen kunnen uitgroeien tot zoiets groots en complex.
Dit was het weer ik ga lekker de verjaardag van m’n broertje vieren;)